Nieuwsbrief ontvangen?
De nieuwsbrief van Freedom verschijnt onregelmatig. Hij bevat nieuws over onze internetdiensten en andere initiatieven.
Meld je nu aan
In een recent artikel schetst de NOS hoe sterk Nederland afhankelijk is geworden van Amerikaanse technologiebedrijven. Overheden, zorginstellingen en bedrijven maken in toenemende mate gebruik van Amerikaanse clouddiensten en softwareplatforms. Daarmee vallen grote hoeveelheden Nederlandse data onder buitenlands recht, vaak zonder dat gebruikers of instellingen zich daar volledig van bewust zijn. Die afhankelijkheid is de afgelopen jaren gegroeid vanuit gemak en schaalvoordelen, maar krijgt in het huidige geopolitieke klimaat een andere betekenis. Digitale infrastructuur is geen neutrale voorziening meer. Het heeft invloed op autonomie, rechtsbescherming en de mate waarin we als samenleving grip houden op onze eigen informatievoorziening.
Gisteren stond in de Tweede Kamer het idee van een “Nederlandse cloud” centraal en cloudinfrastructuur die volledig onder Nederlands of Europees beheer staat. Volgens het NOS-bericht is er brede bezorgdheid over de afhankelijkheid van Amerikaanse clouddiensten, maar techondernemers vanuit The Sharing Group, BIT en Dutch Cloud Community (tevens partners en vrienden van Freedom) lieten aan Kamerleden zien dat Nederlandse partijen al zo’n 80 % van de functionaliteit kunnen leveren die nu bij Amerikaanse aanbieders ligt, zoals opslag, e-mail en andere diensten. Kamerleden van verschillende partijen benadrukten de urgentie om stappen te zetten richting digitale onafhankelijkheid en riepen op tot actie van de politiek, bijvoorbeeld om eerst gevoelige systemen zoals e-mail van overheidsinstanties te migreren naar Europese alternatieven, ondanks dat er nog praktische uitdagingen zijn, zoals aanbestedingsregels en het ontbreken van een compleet pakket zoals dat van Microsoft of Google.
Data onder buitenlands recht
Een belangrijk punt dat in het NOS-artikel naar voren komt, is dat data niet alleen kwetsbaar is vanwege waar deze fysiek wordt opgeslagen, maar vooral vanwege wie de dienst levert. Amerikaanse wetgeving, zoals de CLOUD Act, kan Amerikaanse autoriteiten toegang geven tot data van Europese gebruikers, zelfs wanneer die data in Europa staat opgeslagen.
Dat betekent dat organisaties en burgers in de praktijk afhankelijk zijn van juridische en politieke keuzes buiten Europa. Voor vitale sectoren zoals overheid, zorg en onderwijs is dat geen abstract risico, maar een reëel vraagstuk over zeggenschap en continuïteit.
Een andere benadering van internetdiensten
Bij Freedom Internet wordt deze ontwikkeling al sinds de oprichting met zorg gevolgd. Digitale vrijheid en privacy zijn niet los te zien van de manier waarop internetdiensten technisch en organisatorisch zijn ingericht. Daarom kiest Freedom bewust voor een andere aanpak dan alle andere aanbieders in de markt.
In plaats van het uitbesteden van kernfunctionaliteit aan Amerikaanse platforms, wordt de infrastructuur zo veel mogelijk lokaal en binnen Europa georganiseerd. Waar externe partijen nodig zijn, wordt gekeken naar juridische zeggenschap en transparantie, niet alleen naar kosten of schaal.
Ook in softwarekeuze speelt dit mee. Freedom maakt waar mogelijk gebruik van open source oplossingen. Niet omdat dat per definitie eenvoudiger is, maar omdat open source controleerbaar is en minder afhankelijk maakt van gesloten ecosystemen. Dat past bij het uitgangspunt dat gebruikers moeten kunnen vertrouwen op diensten die inzichtelijk en uitlegbaar zijn. Dit soort punten liggen vast in ons corporate charter.
Privacy als uitgangspunt, niet als bijzaak
Privacybescherming is bij Freedom geen extra optie, maar een integraal onderdeel van de dienstverlening. Er wordt zo min mogelijk gelogd en gegevens worden niet commercieel geëxploiteerd. Dat sluit aan bij de overtuiging dat internettoegang een basisvoorziening is, en geen instrument om gebruikersgedrag te volgen of commercieel te exploiteren. In een tijd waarin steeds meer diensten draaien om dataverzameling en profilering, vraagt dat om bewuste keuzes, zowel van aanbieders als van gebruikers.
Digitale soevereiniteit begint praktisch
De discussie over digitale soevereiniteit wordt vaak gevoerd op beleidsniveau, maar krijgt in de praktijk vorm door concrete beslissingen: welke software gebruiken we, waar staat onze data en onder welk recht valt die? Het NOS-artikel laat zien dat Nederland op dit vlak nog sterk leunt op niet-Europese partijen.
Freedom ziet het als haar rol om te laten zien dat alternatieven mogelijk zijn. Niet als enige oplossing voor een complex probleem, maar als een praktische invulling van een ander uitgangspunt: dat internet ook anders kan worden ingericht, met meer aandacht voor autonomie, transparantie en privacy.
Digitale vrijheid ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om voortdurende afwegingen en soms om het loslaten van gemakkelijke oplossingen die toch al door ‘iedereen’ worden gebruikt.